Kamperen is slow life

Op de camping hoef je niet te haasten. Er is geen planning, geen haast. Je kookt op één pitje, eet pannenkoeken uit een plastic bord, en de kinderen denken dat dat het beste diner ooit is. Het is simpel. Rommelig. En heerlijk.

Er is iets magisch aan kamperen wat geen enkel luxe resort kan nabootsen. Je leeft opeens in een wereld zonder haast en de dagen krijgen een ander ritme. Je wordt wakker met het geluid van vogels in plaats van een telefoonalarm, en het eerste wat je doet is het kijken of de gaspit het nog doet voor de koffie. Het tempo ligt lager, en dat is soms even wennen.

De kinderen doen twintig minuten over hun tandenpoetsritueel en de afwas? Die gebeurt pas als iedereen echt zin heeft, of als je geen schoon bord meer kunt vinden. Maar ergens in dat trage tempo zit precies de charme. Je merkt ineens dat de lucht anders ruikt na een regenbui. Dat de kinderen eindeloos kunnen spelen met een stok en een plas. Dat je zonder schuldgevoel gewoon een uur in een klapstoeltje mag staren naar de lucht terwijl je denkt: “ja, dit is het leven”. Er zijn geen agenda’s, geen files, geen gehaaste broodtrommels. Alleen zon, wind, een beetje rook van het kampvuur en tijd. Echte tijd. En misschien is dat wel de grootste luxe die kamperen biedt. Niet het uitzicht, niet de gadgets en niet de campingwinkel met de heerlijke croissantjes.

Conclusie: Kamperen met kinderen is een avontuur. Niet het soort avontuur waar je uitgerust van thuiskomt, maar wel eentje waar je nog maanden om moet lachen. De kampeerspullen zijn weer schoon, de muggenbulten gaan weg, maar die herinneringen van kleine handjes bij het kampvuur? Die blijven. Dus ja, kamperen met kinderen is chaos. Maar deze vakanties zijn niet te overtreffen!